Na zijn ontsnapping uit Tibet in 1958 had de achtste Khamtrul Rinpoche een visioen van het behoud in ballingschap van Tibets bedreigde cultuur, heilige kunst en boeddhistische erfgoed.

Een traditionele Tibetaanse gemeenschap in ballingschap

In de uitlopers van Himalaya, niet ver van Dharamsala in Noord-India, stichtte Khamtrul Rinpoche de gemeenschap Tashi Jong (‘Vallei van de Voorspoed’) voor de monniken, lama’s, togdens en leken uit Kham in Oost-Tibet die met hem in ballingschap gingen. Samen maakten ze het land bouwrijp en herbouwden ze het beroemde Drukpa Kagyü-klooster uit Khampagar. Hier konden de dierbare lessen van de Boeddha veilig aan volgende generaties worden doorgegeven. In 1980 overleed de achtste Khamtrul Rinpoche en werd de negende Khamtrul Rinpoche geboren.

In de Tashi Jong-gemeenschap, een ‘eilandje van Tibetaanse cultuur’, leven ongeveer vierhonderdvijftig leken en driehonderd monniken samen temidden van hun Indiase buren. Inmiddels kent ze de moderne gemakken van een klein en schoon gastenverblijf, een paar restaurants en zelf een internetverbinding als er voldoende stroom is. Na vijftig jaar ballingschap blijft de vitaliteit van het geloof, de toewijding en de vasthoudendheid die alle gewijde en alledaagse bezigheden doordrenkt nog altijd trouw aan het oogmerk van de achtste Khamtrul.

Elk voorjaar wordt met verbluffend mooie, heilige lama-dansen (Tibetaans: ‘cham’) de geboortedag van goeroe Padmasambhava gevierd. Het ervaren van de overweldigende schoonheid en de spirituele kracht die deze heilige rituelen oproepen wordt als zeer zegenrijk beschouwd. Het dansritueel werd meer dan driehonderd jaar geleden voor het eerst uitgevoerd in Tibet. In 1958 nam de achtste Khamtrul Rinpoche, een meester van de heilige dans, de kennis over deze dansen in ballingschap mee, en de monniken en lama’s van Tashi Jong hebben ze sindsdien steeds opnieuw uitgevoerd. In indrukwekkende gewaden van zijde en brokaat dansen ze met sterk gestileerde bewegingen. Ze worden begeleid door plechtige gezangen en de warme klanken van traditionele tempelinstrumenten, waardoor een mediatie van geluid en beweging ontstaat. Aan het eind van het ritueel wordt de verdienste van de dans opgedragen aan het welzijn van alle levende wezens overal.

Tashi Jong betekent ‘Vallei van de Voorspoed’. Het ligt in van ouds heilige gebied in Noord-India. Toen Khamtrul Rinpoche Tashi Jong bezocht, had hij een visioen van een vreedzame en toornige Manjushri, en zag hij dat Tashi Jong en zijn omgeving werden gevormd door de mandala van lichaam, spraak, ziel, kwaliteit en activiteit van Manjushri. Daarom besloot hij dat dit de plek was waar hij zijn zetel − het Kampagarklooster − moest vestigen.
Het Kampagarklooster is beroemd vanwege zijn togdens en yogi’s. Een togden is iemand die een hogere verwerkelijking van de aard van zijn eigen geest bereikte door de Zes Yoga’s van de Naropa- en Mahamudrameditatie te beoefenen.